Verbod Koerdische DTP illustratief voor machtsstrijd Turkije
29 januari 2010
In Turkije vindt een keiharde machtsstrijd plaats tussen de regerende AK partij onder leiding van premier Erdogan, en de Turkse seculiere elite die invloedrijke posities bekleedt binnen de rechterlijke macht en het leger. Het emancipatieproces van de Koerdische minderheid in Turkije, en de ambities van de regering om lid te worden van de Europese Unie, worden door de politieke tegenstellingen in gevaar gebracht.
Door Jan-Kees Oppelaar, Stagiair Alfred Mozer Stichting/ European Forum for Democracy and Solidarity
Verbod op DTP
Even leek het perspectief voor de Koerden in Turkije te verbeteren toen premier Erdogan in 2009 aankondigde ‘het Koerdisch vraagstuk op te willen lossen’ en daartoe vervolgens concrete maatregelen nam. Zo werd het recht op Koerdisch onderwijs aan een universiteit toegekend en werd er met staatsgeld een Koerdische televisiezender opgericht. Hoewel op het oog kleine stappen, de maatregelen duidden op een daadwerkelijke herziening van het regeringsbeleid inzake de Koerdische kwestie. De door de gematigd islamitische AK partij gedomineerde Turkse regering, laat zich hierbij niet in de laatste plaats leiden door druk van buitenaf. Lidmaatschap van de EU blijft ver weg als er geen stappen worden gezet om de rechten van de Koerdische minderheid te erkennen en faciliteren. Ook is er druk van de Verenigde Staten die uit Irak vertrekken en de strijd van de PKK in Noord-Irak en Turkije graag beëindigd zien, en bovendien voor de Turken een stabiliserende rol in de regio zien weggelegd. Daarnaast is rust in de Koerdische regio een voorwaarde voor Turkije om als stabiel doorvoerland van energie te fungeren. Deze redenen opgeteld, lijken de Turkse regering te hebben overtuigd van het belang om de Koerdische kwestie op te lossen. Een recente uitspraak van het hoogste Turkse rechtsorgaan is echter een forse tegenslag voor de ambities van de regering. In december 2009 sprak het Turkse Constitutionele Hof een verbod uit op de Koerdische Partij van de Democratische Samenleving (DTP). Door het verbod verliest de Koerdische minderheid in Turkije haar enige vertegenwoordiging in het parlement. De DTP is door het Hof illegaal verklaard wegens banden met de PKK. De uitspraak wordt echter vooral gezien als een politiek gemotiveerde uitspraak, die bedoeld is om de ingezette toenaderingspolitiek ten opzichte van de Koerden te dwarsbomen. Het verbod op de DTP betekent dan ook niet alleen een stap terug in het emancipatieproces van de Koerdische minderheid, het vormt tevens een illustratie van de gepolariseerde politieke verhoudingen.
Voortdurende machtsstrijd
Het verbod op de DTP door het Turkse Hof is onderdeel van een verhardende machtsstrijd die zich sinds de verkiezingsoverwinning van de islamitische AK partij in 2007, steeds prominenter voordoet tussen de seculiere Turkse elite en de regering. De regerende AK partij onder leiding van premier Erdogan, poogt het Turkse stelsel in overeenstemming te brengen met wat de EU wenselijk acht en tegelijkertijd meer invloed te krijgen op de strijdkrachten, die een traditionele machtspositie innemen binnen het Turkse politieke spectrum. De invloedrijke generaals beschouwen zichzelf als hoeders van de eenheid en het seculiere karakter van de Turkse republiek. Daarnaast zijn zij uit nationalistische overwegingen tegen een verzoeningspolitiek ten opzichte van de Koerden en zien de hervormingseisen van de EU en ‘islamitische agenda’ van de AK partij als bedreigingen voor de grondwet. Het leger wordt in deze opvattingen vaak geruggensteund door de rechterlijke macht, waar de ‘seculieren’ eveneens een dominante rol spelen. Zo draaide het Turkse Constitutionele Hof op 22 januari een wet terug die het mogelijk maakt om militairen civiel te berechten. De wet vormde een onderdeel van moeizame hervormingen van het circa 85 jaar oude Turkse stelsel, waar de regering zich met het oog op lidmaatschap van de EU, voor inzet. Bovendien hoopte de Turkse regering via de wet meer greep te krijgen op het leger. Het besluit van het Hof om de wet te schrappen komt pikant genoeg, op een moment dat Turkije in de greep is van berichten in de media over veronderstelde coupplannen van diverse bevelhebbers binnen het leger.
Toetreding op het spel?
De uitspraken van het Turkse Hof zullen de onderhandelingen over de mogelijke toetreding van Turkije tot de EU, hoogstwaarschijnlijk bemoeilijken. Met name het verbod op de DTP heeft tot bezorgdheid geleid bij de EU.Toch zouden de onderhandelingen over Turkse toetreding in een stroomversnelling kunnen komen nu Spanje voorzitter is geworden van de EU. Spanje is overtuigd voorstander van Turkse toetreding en wil dit voorjaar onderhandelingen beginnen met Turkije over minstens vier beleidsterreinen. Sinds het begin van de gesprekken in 2005 zijn slechts twaalf van de 35 beleidsterreinen in behandeling genomen. De leden van de Europese Unie blijven verdeeld over de kwestie.De Duitse regering is zeer gereserveerd, en ziet meer in een geprivilegieerd partnerschap, evenals Frankrijk en Oostenrijk. Naast Spanje lijkt alleen Engeland een prominente voorstander van Turks lidmaatschap. |