Nieuwe bezems in Bulgarije

30 november 2009

Toen in juli de politieke beweging “Burgers voor een Europese Ontwikkeling van Bulgarije” (GERB) net niet de helft van het aantal Kamerzetels behaalde, besloot haar leider Borisov géén coalitie met een verwante partij aan te gaan. Hij deed dit indachtig de ervaring van ex-tsaar Simeon die met zijn partij NDSV in 2001 in net zo’n situatie koos voor een kabinet met experts uit andere partijen en in 2005 - in gehalveerde omvang - voor een monsterverbond met de socialisten en de Turkse beweging. Het leidde dit jaar tot de ondergang van de NDSV.
 

 

Door Ton Puister, Bulgarije specialist

Onbeschreven bladen
Geen van de 116 GERB kamerleden heeft een politiek verleden. Iets anders ligt dit in de ploeg van ministers, waar vier van hen in het stadsbestuur van Sofia zaten en twee in het Europarlement. Sterke punten zijn verder dat de ministers van Financiën en Defensie ervaring bij de Wereldbank hebben opgedaan en dat drie andere een eigen bedrijf runden. Daar staat tegenover dat van de 36 onderministers elf uit de ambtenarij van het eigen departement voort komen. De hele ploeg wordt volstrekt autocratisch aangestuurd door Bojko Borisov, tot voor kort burgemeester van Sofia en oprichter en baas van GERB, een beweging zonder leden.

Nieuw beleid in zwaar weer
De nieuwe regering werd direct geconfronteerd met begrotingsoverschrijdingen, die in het eerste half jaar van 2009 hebben plaatsgevonden. De economische crisis noopte er bovendien toe de begroting voor 2010 te verlagen. Het ambtenarenbestand wordt met 15 % verminderd en bovendien gezuiverd. In diverse ministeries wordt het grote aantal provinciale directies door regionale vervangen. Bij de belastingdienst en de douane verdwijnen enkele honderden banen, terwijl de blijvende medewerkers worden gescreend op standvastigheid tegenover omkoping. Ook zal de Raad voor de Magistratuur - die de juridische benoemingen regelt - worden aangepakt en het Wetboek van Strafrecht  worden aangepast. Dit alles in de hoop dat Bulgarije zijn lage, 72e positie op de lijst van niet-corrupte landen (eindelijk) verbetert.  

Ommekeer van Oost naar West
In de eerste honderd dagen van de regering is in de buitenlandse politiek een ommekeer gemaakt. Borisov himself heeft namelijk de banden met rechtse regeringsleiders in West-Europa flink aangehaald. Al enkele jaren wordt zijn GERB gesteund door Angela Merkel’s CDU/CSU, nu legt hij op joviale wijze contacten met Sarkozy en Berlusconi. Gesprekspunt is hierbij met name Bulgarije’s energiebeleid, waarover door de vorige regering afspraken zijn gemaakt met Rusland. Met financiële steun uit Europa hoopt men hiervan af te komen. De grotere oriëntatie op het Westen zal ook leiden tot verandering in de bemensing van veel diplomatieke posten, die nog vaak worden bezet door in Moskou opgeleide ambtenaren. Het  voorstel van de Borisov-regering om de ambassadeurs in Turkije en de VS wegens wanbeleid terug te roepen en de voordracht van de vorige regering voor een nieuwe man in Londen niet te bekrachtigen, is door president Parvanov (socialist) echter niet overgenomen.   
       
Conclusie
Premier Borisov poogt aan het jarenlange falen van de landelijke politiek een einde te maken. Zeker is dat door zijn optreden de EU weer vertrouwen in Bulgarije begint te krijgen. Daar staat tegenover dat hij erg mikt op het zwart maken van de vorige regering, terwijl nog moet blijken of de aanklachten over wanbeleid - ook van ex-premier Stanisjev - gerechtelijk stand zullen houden. Omdat zij nu parlementariër zijn, zal hen eerst de immuniteit moeten worden ontnomen. Voor één verdachte is dit al aangevraagd. Daarna stelde de extreemrechtse partij Ataka voor een impeachment-procedure tegen president Parvanov te beginnen wegens diens weigering het kabinetsbesluit over de omstreden ambassadeurs te bekrachtigen. Om dit punt niet op de spits te drijven, wil de regering de diplomaten nu overreden zelf van hun functie af te zien. Maar ondanks deze move zal het tussen president en premier niet meer goed komen.