Op 17 en 18 september organiseerde het European Forum in samenwerking met de PES Werkgroep voor Oost-Europese Buurlanden een politieke missie naar Kiev. Het doel van de missie was een duidelijk beeld te creëren van de actuele politieke situatie in Oekraïne in de aanloop naar de Presidentiële verkiezingen in januari 2010. De delegatie had verschillende bilaterale ontmoetingen met vertegenwoordigers van politieke partijen, internationale organisaties en onafhankelijke experts. De missie werd mede geleid door Jan Marinus Wiersma, voormalig PvdA-lid in het Europees Parlement.
Door Marianna Tsirelson, Information Officer AMS/European Forum for Democracy and Solidarity
Geen eenheid binnen links
Momenteel is er in Oekraïne geen grote linkse partij. In het verleden had de Socialistische Partij van Oekraïne (SPU) van Oleksander Moroz, een redelijk sterke achterban en zelfs zetels in het Parlement. Nadat Moroz in 2006 besloot zich aan te sluiten bij de coalitie van de Partij van de Regio’s van Viktor Janoekovitsj en bij de Communisten, besloten veel SPU’ers om de partij te verlaten. Nu zijn er veel kleine partijen en groeperingen die zichzelf ‘socialistisch’ of ‘sociaaldemocratisch’ noemen, maar die eigenlijk niet veel voorstellen. Er is sprake van een mogelijke fusie tussen de Communisten, die momenteel 27 zetels in het parlement hebben en een aantal links georiënteerde partijen, waaronder de SPU en de Oekraïense Sociaal Democratische Partij-verenigd (SDPU (u)). Dit is echter niet zeker, omdat volgens Moroz de communistische en de sociaal-democratische idealen te sterk van elkaar verschillen.
Crisis op economisch en politiek front
Oekraïne bevindt zich in een economische en politieke crisis. De belangrijkste reden voor de verslechtering van de politieke situatie, is de economie: in het eerste kwartaal van dit jaar is de Oekraïense economie gekrompen met 20%, en in het tweede kwartaal met 18%. Velen, waaronder de delegatie van de Europese Commissie in Oekraïne, vrezen voor een compleet faillissement van het land omstreeks maart 2010. Ondertussen is er ook crisis binnen het Parlement (Verhovna Rada). De grootste oppositiepartij, de Partij van de Regio’s, blokkeert de dagelijkse werkzaamheden van de Rada. Daarnaast heersen er sterke meningsverschillen tussen de minister-president en de president, waardoor samenwerking praktisch onmogelijk is.
Presidentiële verkiezingen een oplossing?
Volgens de partijen en politici zijn de verkiezingen niks anders dan een strijd om machtsbehoud. De twee koplopers in de race zijn voormalig minister-president Janoekovitsj en minister-president Timosjenko. Het is echter niet duidelijk wie van de twee de meeste kans heeft om te winnen. Volgens de peilingen leidt Janoekovitsj met ongeveer 21%, gevolgd door Timoschenko met 14%. President Joesjtsjenko lijkt geen kans te maken en staat in de peilingen op niet meer dan 7%. De derde kandidaat, Arsenij Jatsenjuk (35), voormalig voorzitter van het parlement en minister van Buitenlandse Zaken, is volgens velen een goed alternatief voor de Oranje coalitie gezien zijn pragmatische en hervormingsgezinde insteek. Ondanks dat hij in de peilingen op 10% staat, is dat volgens politici niet genoeg om in de tweede ronde te komen. Volgens hen is Jatsenjuk te jong, te onervaren en komt zijn campagne, volgens voormalig international secretaris van de SPU Vitalij Schipko, niet overtuigend over. Hoewel de vierde kandidaat, Sergei Tihipko, ook enige steun geniet zal hij als weer opkomend politicus en rijke zakenman niet ver komen, omdat hij niet voldoende aanhang heeft in het parlement.
Wie van de twee koplopers ook wint, het valt te verwachten dat de relatie tussen de president en het parlement zal verbeteren. Dit komt doordat beide kandidaten een sterke achterban hebben in de Rada. Hierdoor rekent men vooralsnog niet op vervroegde parlementaire verkiezingen. Ongetwijfeld is dit goed voor de politieke stabiliteit in Oekraïne. De situatie voor de bevolking, daarentegen, zal hetzelfde blijven, zolang het land geregeerd zal worden door een oligarch die zijn persoonlijke belangen in het parlement nastreeft in plaats van zich bezig te houden met maatschappelijke kwesties. Hiervoor heeft het land volgens de vertegenwoordiging van de Europese Commissie een nieuw ‘gezicht’ nodig die ver van de zakenwereld afstaat.