Begin juni van dit jaar verwierven de Bulgaarse socialisten (BSP) nog 4 van de 17 zetels in het Europarlement terwijl haar grote tegenstander GERB er 5 behaalde. De BSP ging dan ook nog met enig optimisme de nationale verkiezingen van juli in. Zij werd echter door GERB’s leider Bojko Borisov met grote overmacht verslagen, terwijl haar coalitiepartner NDSV van ex-tsaar Simeon zelfs niet één zetel meer haalde. Waar ook de oude centrum-rechtse partijen sterk verloren, was het duidelijk dat de bevolking zijn hoop opnieuw op een sterke man vestigde -net zoals ze dat in 2001 deed op ex-tsaar Simeon.
Door Ton Puister, Bulgarije specialist
Bojko Borisov
Bojko Borisov begon als lijfwacht van communistenleider en staatshoofd Zjivkov. Na diens val richtte hij het beveiligingsbedrijf IPON op en werd enige jaren later de beschermer van ex-tsaar Simeon. Toen die in 2001 de rol van premier ging vervullen, benoemde Simeon zijn makker tot secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken - en daarmee tot bovenbaas van de politie. In 2005 wist Borisov op persoonlijke titel de strijd om het burgemeesterschap van Sofia te winnen. Een jaar later richtte hij de partij “Burgers voor een Europese Ontwikkeling van Bulgarije” (GERB) op en sloot zich aan bij de Europese Volkspartij (EVP).
Een successtory
Door succes tijdens de Europese verkiezingen en raadsverkiezingen ging Bojko Borisov met veel zelfvertrouwen de verkiezingen van 2009 in. Hij werd niet teleurgesteld: in het parlement heeft zijn GERB nu met 116 van de 240 zetels bijna een absolute meerderheid gekregen. De klappen zijn zowel ter linker- als ter rechterzijde gevallen. BSP én oud-rechts werden gehalveerd terwijl de centrum-rechtse NDSV geheel verdween. In de Kamer is echter veel ervaring verdwenen: slechts één kwart van de leden heeft eerder in het parlement gezeten. Borisov heeft bovendien een sterke greep op zijn kamerleden door de oekaze dat zij bij afwijkend stemgedrag uit de partij zullen worden gezet.
Een minderheidsregering
Waar GERB net geen absolute meerderheid in het parlement heeft, drongen de twee kleine centrum-rechtse partijen aan op de vorming van een coalitie. Borisov volhardde echter in zijn keuze om een kabinet van eigen snit te vormen, waarin de GERB-ministers hun eigen topambtenaren kiezen en niet zijn overgeleverd aan afspraken met partners over een evenredige toedeling van ambtelijke functies - zoals in de nu gevallen regering het geval was en er veel problemen heeft veroorzaakt. Het leidde tot een jonge ploeg van bijna allemaal veertigers, vrijwel zonder politiek verleden. In wezen is er sprake van een zakenkabinet.
Corruptie
Hoofddoel van de regering is te gaan voldoen aan de eisen die de EU bij de toetreding in 2007 heeft gesteld. Tot nu toe waren corruptie - ook met EU-gelden - en falende rechtspraak de grootste minpunten. De hamvraag is of de nieuwe regering die problemen wèl zal oplossen. Zeker is dat er over het verleden van de nieuwe bewindslieden geen enkel gerucht over gesjoemel de ronde doet. Bovendien is er door het binnenhalen van twee economen uit de staf van de Wereldbank, twee juristen met een lange staat van dienst bij de nationale politie resp. het O.M. en van twee zakenlieden vakinhoudelijk veel kennis aanwezig. Borisov schuwt forse maatregelen niet, zoals het toekennen van hoge bonussen aan functionarissen die bewijzen leveren voor malversaties door hun bazen. Er zijn inmiddels - ook zònder verdenking - veel functionarissen vervangen, met name bij de nationale veiligheidsdienst, de politie, de belastingdienst en de douane. Al zullen die hopelijk meer succes hebben dan tot nu toe en daarmee de EU tevreden stellen, het blijft wel de vraag of de omkoping in het gewone leven eveneens zal verdwijnen.
(Zie ook de bijlagen “The Political Establishment of Bulgaria after the 2009 Elections” en "The leading functionaries after the 2009 government reshuffle" in dit artikel).