De Montenegrijnse premier Milovan Đjukanović en zijn partij, de Democratische Partij van de Socialisten (DPS), worden recentelijk steeds meer onder vuur genomen door de grootste en volgens velen invloedrijkste krant in Montenegro Vijesti. De steeds kritischere blik op de huidige regering door Vijesti, in het recente verleden nog een regeringskrant, heeft een loop genomen toen de burgemeester van de hoofdstad Podgorica, Mugoša (DPS), samen met zijn zoon in augustus van 2009 twee verslaggevers van de krant fysiek zou hebben aangevallen en bedreigd met een wapen.
Door Danijel Tadic, projectmedewerker AMS/ European Forum for Democracy and Solidarity
Langst zittende leider
Sinds 1991 heeft Đjukanović in vier termijnen als premier en één termijn als president over het land geregeerd. Daarmee is hij de enige leider op de Balkan die aan de macht is gebleven sinds het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië. Hij heeft bewezen een politicus en zakenman te zijn die zich door goed te manoeuvreren weet aan te passen aan de politieke omstandigheden. Zo is het de Italiaanse openbare aanklager niet gelukt om Đjukanović voor de rechter te slepen wegens vermeende betrokkenheid bij criminele activiteiten en slaagde hij om zijn, volgens critici, dubieus verkregen rijkdom te behouden, onder andere door bedrijven en vastgoed op te kopen, en zijn positie in het land te verstreken.
Đjukanović’s streven naar een onafhankelijk Montenegro heeft zondermeer bijgedragen aan zijn politieke succes in het land. Hierin werd hij gesteund door Vijesti. Echter, aangezien de onafhankelijkheid sinds 2006 een feit is en het land zich op het pad bevindt naar de Europese Unie, kan Đjukanović zich steeds minder achter zijn titel “vader van het vaderland” verschuilen. Het leven gaat verder en nieuwe uitdagingen ― o.a. de financiële crisis ― dienen zich aan. De langdurige alleenheerschappij van de premier wordt steeds minder geaccepteerd door de voorheen zo trouwe media.
Vijesti vs Đjukanović
Na de aanval op haar verslaggevers ― die een onderzoek deden naar het parkeerwangedrag en gebruik van de dienstauto voor uitjes naar de kust ― door de burgemeester van Podgorica, heeft Vijesti weer eens de aanval geopend op Đjukanović. Dit gebeurde eerder in 2007 nadat de eindredacteur van de krant, Željko Ivanović, ernstig was mishandeld. Ivanović meende dat de premier verantwoordelijk was voor het creëren van een sfeer in het land waarin het geweld tegen journalisten als acceptabel werd gezien. De één miljoen euro schadeclaim die Đjukanović vervolgens eiste voor de beshuldigingen jegens hem, is door de World Association of Newspaper (WAN), organisatie die wereldwijd opkomt voor vrije en onafhankelijke media, sterk veroordeeld. In een brief wordt Đjukanović door WAN verweten de enige onafhankelijke krant definitief de mond te willen snoeren. Inmiddels wordt de hoofdpagina van Vijesti vrijwel dagelijks gevuld met bevindingen van invloedrijke NGO’s (zoals MANS), hoogleraren, politiek analisten, oppositieleiders en oude kamerraden en zakenpartners van Đjukanović, die zich zeer kritisch uiten over de premier en zijn regering.
De premier lijkt deze druk te voelen en gebruikt zijn macht om de rebelse stem van de media te onderdrukken, iets waar de EU zich zorgen over maakt. Het incident met Mugoša lijkt daarmee een belangrijke test te gaan worden voor de regerende elite en voor de onafhankelijkheid van de Montenegrijnse instituties. Vooralsnog lijkt DPS de controle te behouden door de immuniteit van de burgemeester niet op te heffen en daarmee een vervolging onmogelijk te maken. Dit zou echter averechts kunnen werken en het verzet tegen de almacht van de partij en haar leider kunnen verstreken. Inmiddels is er een burgerbeweging opgericht Prkos (Wrok) ― waarvan het logo en de ideeën veel gelijkenis vertonen met de Servische Otpor (Verzet) die de Milošević regime ten val bracht ― met als enig doel het tot stand brengen van een regime change.