Op 28 augustus was er sprake van een kortstondige diplomatieke rel tussen Nederland en Roemenië. De Roemeense minister van Buitenlandse Zaken, Cristian Diaconescu, zei hoogst ongebruikelijk op het allerlaatste moment zijn geplande bezoek aan Nederland af.
Door Dennis van Peppen, Roemenië specialist
Reden was een commentaar van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken op het monitoringsrapport van de Europese Commissie binnen het zogenaamde Coöperatie -en Verificatiemechanisme voor Roemenië en Bulgarije gepubliceerd in juli. Buitenlandse Zaken laat zich in het document kritisch uit over de vorderingen van Roemenië op het gebied van corruptiebestrijding en verbetering van de rechtsgang en het feit dat het land te weinig doet om haar burgers optimaal te laten profiteren van de mogelijkheden van EU-lidmaatschap.
Bezoek Diaconescu
Als een op zijn staart getrapte kat liet het Roemeense ministerie van Buitenlandse Zaken via een persbericht in de Roemeense media direct weten dat Diaconescu niet meer van plan was naar Nederland af te reizen. De Roemenen voelden zich vernederd. Eventuele kritiek diende binnenkamers in Brussel met elkaar te worden besproken en niet te worden geuit in de openbaarheid zoals Nederland dat had gedaan. Een op het eerste gezicht overspannen en ongepaste reactie die de diplomaten op de Apenrots (Ministerie van Buitenlandse Zaken) niet hadden zien aankomen. Zo'n assertieve houding had men nog niet eerder ondervonden van de Roemenen. Inmiddels is Roemenië een (bijna) volwaardig EU-lidstaat geworden en wil men ook als zodanig behandeld worden. Eventuele kritische noten dus graag binnenkamers overleggen als gelijkwaardige partners en zeker niet in de openbaarheid brengen. Dat het betreffende stuk was geschreven voor een Kamerdebat als kabinetsreactie op een EC rapport en dat het daarom per definitie openbaar moest zijn, werd door de Roemenen over het hoofd gezien. Een misrekening die men al snel inzag. Na een telefoontje van minister Verhagen vloog Diaconescu alsnog naar Nederland voor het geplande bezoek, dat uiteindelijk goed verliep. Daarmee leek dit kortstondige diplomatieke brandje weer geblust.
Tweederangs lidstaat
Leek, want op de achtergrond speelt namelijk al geruime tijd meer. Roemenië voelt zich al sinds toetreding niet serieus genomen en behandeld als een tweederangs lidstaat. In feite klopt dit ook. Binnen de EU (de Europese en Roemeense media, de Europese Commissie) wordt Roemenië gezien als een aan de periferie liggende minderwaardige lidstaat. Minderwaardig, omdat het nog lang niet aan alle ‘privileges’ (zoals vrije arbeidsmigratie) van EU-lidmaatschap kan deelnemen. Ook de Nederlandse bilaterale relatie met Roemenië heeft last van deze beeldvorming. Dit blijkt uit het feit dat Nederland fouten maakt die misschien triviaal lijken vanuit het Nederlandse perspectief, maar die voor Roemenië uiterst pijnlijk zijn. Nederland maakt bijvoorbeeld al een aantal jaar de fout om de problematiek in Roemenië en Bulgarije op één hoop te vegen. Aan de oppervlakte lijkt het dat beide landen op dit moment nog steeds met dezelfde problemen en uitdagingen kampen. Niettemin verschillen de situaties en ontwikkelingen in beide landen significant. Zo spelen in Bulgarije georganiseerde misdaad, corruptie rond Europese fondsen en corrupte politie, grens -en douanebeambten een grote rol. In Roemenië zijn er weinig problemen rond georganiseerde misdaad en is er nog te weinig sprake van absorptie van Europese fondsen om te kunnen spreken van corruptie en functioneert de politie en grensbewaking best redelijk. In Roemenië spitsen de problemen zich toe op het functioneren van het justitieel apparaat en corruptiedossiers van toppolitici. Dit soort nuances worden te weinig aangebracht in de Nederlandse positie en communicatie. Zo trekt Nederland haar positie ten opzichte van Roemenië en Bulgarije door naar het dreigen met tegenhouden van eventuele toetreding van de landen tot de Schengen-zone en het opleggen van sancties voor slecht beheer van EU-fondsen. Dit zijn nu juist gebieden waar Roemenië wel vorderingen heeft weten te boeken. Geen wonder dat de Roemenen zich onbegrepen voelen. Tel daarbij op de vaak populistische uitspraken van Nederlandse politici en de vaak onevenwichtige berichtgeving over Roemenië in de Nederlandse pers en de Roemeense houding naar Nederland toe is niet zo verwonderlijk meer.