Turkse leiders hebben de afgelopen eeuw uit alle macht geprobeerd om van Turkije een homogeen land te maken met weinig rechten voor minderheden. Dit streven resulteerde o.a. in conflicten tussen de Koerdische afscheidingsbeweging PKK en Turkije, die al meer dan 25 jaar voortduren. De regerende AK-partij van premier Tayyip Erdogan lijkt dit officiële staatsbeleid nu los te laten. Door het grote verlies tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in maart, lijkt de AK-partij te beseffen dat alleen de hervormingsagenda waarmee zij in 2002 aan de macht kwam, haar nog kan redden.
Door Sara Schreuder, Stagiaire bij de Alfred Mozer Stichting/ European Forum for Democracy and Solidarity
Het onlangs toegekende recht op Koerdisch onderwijs aan Turkse universiteiten en de mogelijkheid militairen door civiele rechtbanken te laten vervolgen zijn slechts enkele voorbeelden van recente verbeteringen in de positie van de Koerden. Ondanks heftige reacties van de nationalistische oppositie, benadrukt premier Erdogan keer op keer dat de oorlog in het Koerdische gebied aan het einde van dit jaar voorbij zal zijn, mede doordat er meer economische en culturele rechten aan de Koerden zullen worden toegekend. De vraag is waarom de regering deze voor Turken radicale weg inslaat.
Buiten het feit dat de oorlog de Turkse regering naar schatting al meer dan 500 miljard dollar heeft gekost, beseft de AK-partij ook dat het halsstarrig vasthouden aan het oude beleid het toetredingsproces tot de EU zal ondermijnen. Ook voelt de Turkse regering de druk van de VS, die zich in de zomer van 2010 uit Irak zullen terugtrekken. Dit is ook voor de PKK een reden om nu tot een oplossing te komen, want door het vertrek van de Amerikanen raakt zij haar beschermheren in het Midden-Oosten kwijt. Bovendien is stabiliteit in de Koerdische regio een voorwaarde voor Turkije als toekomstig doorvoerland van energie.
Hebben de vredesinitiatieven van premier Erdogan wel enige kans van slagen? De grootste belemmering is de situatie van Abdullah Öcalan, de leider van de PKK die sinds 1999 een levenslange straf uitzit op het eiland Imrali. De Koerden willen dat hij vrijgelaten wordt, terwijl de Turken het Erdogan nooit zullen vergeven als hij Öcalan tegemoet komt. De Turken zijn ook bang voor een Koerdische afscheiding. Ze denken dat ieder nieuw verworven democratisch recht de Koerden een stap dichter bij afscheiding brengt. Door de nationalistische cultuur die de afgelopen honderd jaar is ontstaan, begeeft de AK-partij zich dus op glad ijs en het is de vraag of het Turkse volk bereid zal zijn een liberaler minderhedenbeleid te accepteren.