EU en Centraal-Azië naderen elkaar voorzichtig

2 juli 2009

Begin juni vond een bijeenkomst plaats tussen vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de Minister van Buitenlandse zaken van Turkmenistan Meredov. Deze bijeenkomst staat symbool voor de groeiende samenwerking tussen de Centraal-Aziatische landen, Turkmenistan, Kazakhstan en Uzbekistan, met Europa. Deze landen stonden altijd sceptisch ten opzichte van Westerse invloeden, maar nu lijkt het vooral een stap van beide kanten om de groeiende invloed van Rusland te beperken. Vooralsnog blijft de mensenrechtensituatie in Centraal-Azië een heikel punt voor Europa.

 

Door Maxim Moussa, stagiair Alfred Mozer Stichting / European Forum
 
Samenwerking met Turkmenistan
De EU legt de bijeenkomst met Turkmenistan uit in het kader van het Handels- en Samenwerkingsakkoord, welke overigens de EU alleen met Turkmenistan heeft afgesloten van de voormalige Sovjet landen. In mei 2008 werd een memorandum getekend op het gebied van energiesamenwerking tussen de EU en Turkmenistan. Turkmenistan zou een jaar lang veel gas apart houden voor het geplande Nabucco pijpleiding traject, die van Turkije tot Oostenrijk loopt en binnen tien jaar operationeel zou moeten worden. Deze samenwerking werd verder besproken tijdens de afgelopen bijeenkomst, vooral omdat Europa Turkmenistan ziet als een mogelijk belangrijke leverancier van gas. Besproken werd de ontwikkeling van verdergaande samenwerking op het gebied van hergebruik van energie, energie efficiëntie en ontwikkeling van het “Baku” proces, een samenwerkingsproject met landen rondom de Kaspische en Zwarte zee.
 
Toenadering ondanks problemen
Turkmenistan, Kazakhstan en Uzbekistan hebben onenigheid met Rusland omdat het een akkoord om gas aan te kopen van deze landen heeft teruggedraaid. Rusland wil niet meer tegen de aanvankelijk hoge prijs kopen vanwege een daling in de gasprijs. Verder draaide in april het Russische bedrijf Gazprom de gaskranen dicht aan de Turkmeense grenzen, hierdoor ontplofte een grote pijpleiding volgens Turkmenistan. Dit heeft de samenwerking gestimuleerd tussen EU en Centraal-Aziatische landen, waarbij Turkmenistan voor het eerst een Europees bedrijf (het Duitse bedrijf RWE) recht gaf om gebruik te maken van haar kust aan de Kaspische zee. Ook Kazakhstan en Uzbekistan zijn geïnteresseerd in meer samenwerking met de EU, dit bleek wel door hun aanwezigheid bij de recente top met de EU in Praag. Hoewel Turkmenistan, Kazakhstan en Uzbekistan toen weigerden een gezamenlijke verklaring met de EU te ondertekenen, bleef de EU positief en zei dat het niet in de culturele traditie van deze landen ligt om zo’n verklaring te ondertekenen. Het is ook mogelijk dat deze landen juist de boot afhouden om Europa nog geïnteresseerder te maken in samenwerking met deze landen. Het wachten is nu vooral op de Nabucco pijplijn, die de samenwerking verder zal intensiveren. Het probleem is wel dat Centraal-Aziatische landen nog oude contracten hebben lopen voor gasleveranties aan Rusland, wat de hoeveelheid leveranties naar Europa zal bemoeilijken de komende jaren. Toch is het een teken dat deze Centraal-Aziatische landen een meer Westerse koers willen varen, en niet alleen afhankelijk meer willen zijn van Rusland. Anderzijds is Europa huiverig om zomaar samenwerking aan te gaan gezien de mensenrechtensituatie in deze landen. De Centraal-Aziatische landen vinden dat Europa zich niet moet mengen in hun interne aangelegenheden. Europa staat voor een dilemma, omdat het niet afhankelijk wil zijn van energie uit Rusland, maar anderzijds ook geen diepgaande samenwerking wil aangaan met landen die een slechte reputatie hebben. Om geloofwaardig te blijven aan de eigen grondbeginselen zal Europa uiteindelijk niet alleen moeten kiezen voor het eigen belang in de vorm van diversificatie van energieleveranties, maar zal Europa ook actief moeten blijven streven naar verbetering van de rechtstaat, democratie en mensenrechten in Centraal-Aziatische landen.