Wie, zoals ik op dit moment, een tijdje in Baku mag wonen, leert te luisteren naar de muezzin die vijfmaal per dag de gelovigen oproept tot gebed. Maar die oproep komt nauwelijks uit boven het gonzen van de grote stad en nergens is enig effect zichtbaar op de voorbijgangers. Onder die voorbijgangers zijn gesluierde vrouwen zeldzamer dan in Den Haag. Ik vroeg aan medewerkers en studenten van de diplomatieke academie of ik Azerbeidzjan als een Moslimland moest beschouwen. Zij antwoordden verontwaardigd dat hun land een seculiere staat is, volledig gescheiden van de kerk.
Door Willem Hendrik de Beaufort.
Land in transitie
Bij doorvragen valt al gauw het begrip transitie. Azerbeidzjan heeft een moslimverleden waarbij een oude band bestaat met zowel Perzië als Turkije. De studenten aan de diplomatieke academie zeiden allen desgevraagd zichzelf moslim te achten maar willen niet graag kiezen tussen de twee belangrijkste richtingen van dat geloof. Hun land is er één van overgang – zo zeiden ze – van transitie, van een traditionele moslimcultuur naar een moderne. Nog stelliger is hun antwoord op de vraag hoort Azerbeidzjan bij Europa of bij Azië? Bij beiden. Te veel bij Europa om een actieve rol te kunnen spelen in allerlei nieuwe internationale organisaties. Maar ook te veel bij Azië om zelfs maar de ambitie te hebben ooit tot de EU te kunnen toetreden. Het Oostelijk partnerschap maakt een méér individuele behandeling mogelijk dan het geldende EU - nabuurbeleid. Dit is een grote verbetering omdat Azerbeidzjan dan kan worden benaderd geheel los van Georgië en Armenië, daarbij zal Azerbeidzjan veel minder worden gefrustreerd door het ontbreken van een toetredingsperspectief. Op een derde manier is het begrip transitie natuurlijk van toepassing omdat ook Azerbeidzjan overgaat naar een markteconomie en daarbij redelijk gevorderd is. Van de winsten behaald uit de winning van olie en gas, valt geen groter percentage aan de staat toe dan in Nederland. De telecommunicatie is grotendeels geprivatiseerd en gedeeltelijk in buitenlandse handen. De bankensector is, zoals in veel Oost-Europese landen, sterk versnipperd maar niet opgeschrikt door grote schandalen.
Democratie en mensenrechten
Azerbeidzjan is sinds anderhalf jaar in Nederland vertegenwoordigd door een in ons land residerende ambassadeur. Omgekeerd is dit niet het geval. Een rol speelt hierbij zeker het lage tempo van de transitie zoals wij dat begrip het meest gebruiken: van autoritaire naar democratische structuren, van gecontroleerde pers naar vrije media. De lage plaats die het land heeft toegedeeld gekregen op recente indexen van Freedom House, Amnesty, Transparency International heeft overigens wel veel aandacht gekregen in de media hier, wat eigenlijk een paradoxaal effect is. Het dagblad Zerkalo, meldde dat het gevangen houden van enkele journalisten het negatieve oordeel begrijpelijk maakte. Het hield een enquête onder enkele Azerische politicologen die van mening waren dat hun land terecht slecht scoort, zelfs slechter dan de beide andere zelfstandige Kaukasuslanden. Argi Gegeshidse, medewerker van de Georgische stichting voor strategisch en internationaal onderzoek, was van mening dat de “drie landen het alle drie verdienden om niet hoger te komen dan de derde plaats bij hun onderlinge vergelijking.”
Invloed uitoefenen op AzerbeidzjanHet lijkt mij dat zowel Nederland apart, als de EU als geheel, het teveel aan de Raad van Europa overlaat om druk uit te oefenen in de Zuid Kaukasus wat betreft democratie en respect voor mensenrechten. De EU heeft in de aanstaande onderhandelingen over het Oostelijk partnerschap meer instrumenten tot haar beschikking dan de Raad van Europa. Deze instrumenten moeten aangepast aan elk land worden ingezet. Azerbeidzjan staat daarbij momenteel op achterstand. Alle argumenten die in de EU betekenis hebben – vreedzame oplossing van conflicten, economische en sociale ontwikkeling – maken het wenselijk om die achterstand in te halen. De speciale vertegenwoordiger van Solana, Peter Semneby, heeft bij een bezoek aan Baku deze week na gesprekken met de President, de Minister van Buitenlandse Zaken en met journalisten een verklaring afgelegd die in die richting gaat. Misschien hebben de vorderingen bij het zogenaamde Nabucoproject Brussel wakker geschud. Er is ook sprake van een nieuwe parlementaire assemblee bestaande uit 60 EP leden en tien parlementariërs van elke “Oostelijke partner” (met een vraagteken voor die uit Wit-Rusland). Hoewel die zes landen daarmee naar mijn gevoel te veel onder één noemer worden gebracht, wil ik optimistisch zijn en aannemen dat zo’n assemblee naast die van de Raad van Europa en die van de OVSE, bijdraagt tot de transitie naar werkelijke democratie.