De Europese verkiezingen op 4 juni gaan over van alles en nog wat, maar niet over de Europese politiek van Brussel, Straatsburg en de Europese hoofdsteden. Ze zullen gaan over hufterigheid en criminaliteit, perverse bonussen en falende banken, de invloed van de Islam en de economische crisis. Het is kortom een populariteitspeiling voor dit kabinet en een mogelijkheid voor kiezers om hun onvrede te uiten.
Door Arjen Berkvens, Directeur Alfred Mozer Stichting en Campagne adviseur voor de PvdA bij de Europese verkiezingen in 2004
Europese campagne
De traditionele partijen doen echter net alsof het wel zal gaan over de Europese politiek en lijken een gewone campagne te voeren, maar de schijn bedriegt. Parallel aan de officiële campagne vindt een andere strijd plaats, die uiteindelijk bepalend is voor de uitkomst. Het is de strijd die plaatsvindt in het parlement en in de media. De Europese verkiezingen als thermometer in de samenleving. Op subtiele wijze zullen de grote gevestigde partijen daar in hun campagne mee om gaan. De PVV en de SP zullen het in de komende campagne zonder schroom snoeihard spelen. Simpele keuzes, daar zal het om gaan. Slecht nieuws voor de gevestigde partijen, die genuanceerd denken over Europa, en graag de tijd nemen om een intelligent debat te voeren en om hun standpunten uit te leggen. Tijd die ze niet zullen krijgen in de “echte” campagne. Ze zullen dus op zoek moeten naar argumenten, die in principe losstaan van de Europese verkiezingen. Ze worden echter “geholpen” door de huidige economische crisis, die ook een Europese kant heeft. “Zonder de Euro, was Nederland nu IJsland”, zegt PvdA lijsttrekker Berman niet voor niets. De crisis biedt ook electorale kansen en een potentiële uitweg voor de regeringspartijen.
Democratisch tekort
We gaan dus een in potentie heftige campagne over nationale problemen tegemoet, maar waarom komt het echte debat over de Europese politiek niet van de grond? Er gaapt een gigantisch democratisch gat in onze samenleving en dat is zorgelijk. Een steeds groter aandeel van onze wet- en regelgeving komt uit Brussel. Een kleine elite van ambtenaren, nationale en Europese politici, lobby organisaties en maatschappelijke groepen, het bedrijfsleven en vakbonden bepalen de richting van de Europese Unie, zonder dat het electoraat daar zicht of invloed op heeft. Kan deze onwenselijke situatie veranderen?
Democratisering en versimpeling
Het zal moeilijk worden. Om een afgewogen keuze te maken moeten mensen eerst over voldoende kennis en informatie beschikken, waarmee ze vervolgens kunnen wikken en wegen om een beslissing te nemen. Het probleem met Europese politiek is dat er geen simpele uitleg is over hoe de democratie op dit niveau werkt en dat heeft geleid tot een electoraat zonder democratische basiskennis. Alleen een elite kent de nuances van de Europese Unie. Een oplossing kan zijn om mensen veel beter voor te lichten, maar is dat realistisch? In mijn optiek is dat helaas een kansloze zaak. Op deelonderwerpen valt mensen nog wel het een en ander bij te spijkeren, maar in het algemeen zal de gemiddelde kiezer zich machteloos voelen bij zoveel ingewikkelde onduidelijkheid. De hoge opkomst bij het referendum in 2005 bewijst naar mijn mening dat alleen een vergaande democratisering en een drastische versimpeling van de Europese democratie verandering kunnen brengen in dit patroon. Pas als dit zover is, zullen de Europese verkiezingen daadwerkelijk over Europese politiek gaan.