De Europese verkiezingen naderen en de politieke partijen beginnen langzaam warm te lopen op thema’s waarmee ze de verkiezingen denken te gaan winnen. Het valt op dat er voornamelijk wordt ingezet op zaken die de partijen niet willen. De verdere uitbreiding van de EU is een dergelijk thema. Naar mijn mening ten onrechte.
Door Arjen Berkvens, directeur AMS
Bekend Europees beleid?
Hoeveel Nederlanders zullen weten dat er in 2003 te Thessaloniki aan Albanië, Kosovo, Montenegro, Macedonië, Servië, Bosnië Herzegovina en Kroatië toezeggingen zijn gedaan dat ze toe mogen treden tot de EU? Hoeveel Nederlanders zullen weten dat Macedonië en Kroatië de kandidaat-status hebben, dat hierover met de anderen wordt onderhandeld en dat dit een prioriteit is van de huidige EU-voorzitter; Tsjechië? Niet veel vrees ik. Toch is dit staand Europees beleid, waarmee Nederland heeft ingestemd.
In de woorden van EU-Commissaris voor uitbreiding Rehn: "Bringing responsibility for the Western Balkans into the Commission's Directorate General for Enlargement… is a strong signal to the countries concerned that you are part of the process of European integration, and our shared goal is your future membership in the EU.” "The key priority of my mandate is to set the Western Balkans firmly on the path to European integration, with a pre-accession strategy in place. (Enlargement weekly November 2004)"
EU-lidmaatschap
Het lijkt erop dat we in Nederland liever benadrukken dat we deze landen tegenhouden en niet de indruk willen wekken dat ze toe zullen treden. Montenegro, omdat het te vroeg is en omdat er corruptie en georganiseerde misdaad is. Macedonië, omdat Griekenland het niet eens is met de naam en omdat de hervormingen te langzaam gaan. Servië, omdat het Mladic nog niet heeft uitgeleverd. Kritiek op deze landen is naar mijn mening terecht, maar geen reden om niet serieuzer te gaan samenwerken. We willen toch dat ze uiteindelijk EU-lid zullen worden?
Bovendien, het gaat nog helemaal niet over data van toetreding. Het gaat over de start van een proces van misschien wel tien jaar, waarin deze landen toe gaan werken naar lidmaatschap door het overnemen van alle Europese wetgeving, vastgelegd in 35 hoofdstukken van het verdrag. Door steeds maar niet te willen beginnen, wordt de scepsis en de wanhoop in deze landen gevoed. Dat terwijl het naar mijn mening echt noodzakelijk is om deze landen perspectief te bieden om te voorkomen dat ze terugglijden in de bittere ellende van de jaren negentig van de vorige eeuw.
Verdere uitbreiding?
De kiezer heeft er recht op om te weten dat: “Toezeggingen (om toe te treden; AB) gedaan aan de landen van de Westelijke Balkan en Turkije moeten worden nagekomen.” Dit staat in het PvdA verkiezingsprogramma. Toch lees ik in een persbericht op 11 maart: “De PvdA- lijsttrekker (Berman; AB) is terughoudend met betrekking tot verdere uitbreidingen.’Want er is bij de uitbreiding met de tien, later twaalf nieuwe lidstaten te weinig gedaan om onze eigen burgers voor te bereiden en te betrekken bij het uitdijende Europa. Dat mag niet nog eens gebeuren.”
Het zal allemaal best met elkaar te rijmen zijn, maar duidelijk is het niet. Een goed politiek proces begint met het geven van de juiste informatie. Over de uitbreiding kunnen we naar mijn mening niet duidelijk genoeg zijn. Juist omdat we anders de echte tegenstanders in de kaart spelen en de klap later zullen krijgen als definitieve toetreding “plotseling” een feit wordt.