Cumulatie van verkiezingen in Bulgarije

30 maart 2009

In  een paar landen in Europa worden dit jaar verkiezingen gehouden voor zowel de eigen volksvertegenwoordiging als het Europese parlement. Eén daarvan is Bulgarije. Omdat de drie regeringspartijen van dit land verschillend scoren in de peilingen, is er in die coalitie discussie ontstaan over een wijziging van de Kieswet, die nu uitgaat van een districtenstelsel. Een tweede punt van discussie is een praktische, namelijk of  beide verkiezingen op één dag of op twee, ver uit elkaar liggende dagen moeten worden gehouden.

 

door Ton Puister, Bulgarije specialist
 
Het kiesstelsel 
In de Kieswet van 1991 is bepaald dat politieke partijen alleen hun intree in de Kamer kunnen maken als zij de kiesdrempel van 4 % halen. Daarnaast kunnen individuen op eigen titel in de Kamer komen als zij een bepaald quotum hebben behaald. De toedeling van zetels wordt verder beïnvloed door de regel dat ieder kiesdistrict - dat zijn alle provincie plus  de drie stadsdelen van Sofia - goed is voor een op basis van het inwonertal tevoren bepaald aantal afgevaardigden. Deze regeling brengt met zich mee dat het bepalen van de definitieve uitslag van de verkiezing ingewikkeld is en veel tijd kost. Een onafhankelijke Kiesraad stelt  de toedeling vast. Een consequentie van dit systeem is dat bij regionale verschillen in opkomst een zetel in het ene district met veel minder stemmen kan worden behaald dan in een andere. Zo kreeg bij een vorige verkiezing een kleine partij ergens met slechts 8767 stemmen één zetel, terwijl toen bij de grootste twee partijen in niet minder dan 18 kiesdistricten er meer dan  20 000 stemmen per zetel waren. Om zulke weeffouten te herstellen zou een ingrijpende wetsherziening nodig zijn. De kans dat dit zou gebeuren was al klein, maar gelet op de nodige  tijd van voorbereiding nu bijna onmogelijk.
 
Combineren of niet
De suggestie om de verkiezingen voor het nationale parlement en die voor het Europese parlement te combineren, heeft géén principiële kant. De enige reden is dat het een grote kostenbesparing zou opleveren. Dit idee wordt echter niet door alle partijen gedragen. Sommige willen namelijk de eerste verkiezing (voor de EU) afwachten om zo nodig nog  wijzigingen in hun strategie voor de kamerverkiezing te kunnen aanbrengen. Het gerucht gaat dat de coalitiepartijen - die nog altijd een kamermeerderheid hebben - zullen uitkomen op het compromis dat beide verkiezingen op één dag worden gehouden (zoals de liberale NDSV van ex-tsaar Simeon wenst) maar dat tegelijk de kiesdrempel wordt verlaagd naar 3 % (zoals de socialistische BSP wil). De daarvoor nodige eenvoudige wijziging van de Kieswet kan waarschijnlijk nog wel op korte termijn worden geëffectueerd.
 
Politieke achtergronden
Naar verluidt beogen de socialisten hiermee het aantal potentiële coalitiepartners te vergroten. De BSP - die met 81 van de totaal 240 kamerzetels de veruit grootste partij is -zal namelijk fors verlies lijden, terwijl haar liberale partner NDSV vrijwel zeker niet  terugkeert in het parlement en de derde partner, de op de Turkse bevolking steunende DPS in de peilingen ook op verlies staat. Omdat BSP en DPS samen zeker geen meerderheid zullen halen, moeten zij dus op zoek naar een andere partner.
 
De grootste opponent van de regering - nog niet in de Kamer vertegenwoordigd maar wel in het Europese parlement, en in de peilingen op ruim 80 zetels staand - is daarbij blijkens een recente discussie tussen hun leiders niet uitgesloten maar geen eerste keuze. Deze liberale partij “Burgers voor een Europese Ontwikkeling van Bulgarije” (GERB) is opgericht door de charismatische Bojko Borisov, een politiegeneraal die in de jaren ’80 de communistenleider  Zjivkov heeft gediend en na de val van het communisme de uit ballingschap teruggekeerde ex-tsaar Simeon II. Borisov is in 2005 gekozen tot burgemeester van Sofia.

Van de andere partijen valt de extremistische beweging Ataka voor de socialisten zonder meer af als coalitiepartner, omdat die een outcast is. Zo blijven alleen de gematigd rechtse groepen over. Hoewel het niet van harte gaat, zullen twee daarvan - SDS en DSB - gaan samenwerken om zo hun terugkeer veilig te stellen. Voor de socialisten zijn ook zij geen eerste keus voor samenwerking. Als meest aanvaardbare partner wordt dan ook de nieuw gevormde beweging “Voorwaarts” getipt; die zit nu met elf personen in de Kamer (ofwel ruim 4 % van het totaal). Die zijn echter allemaal binnengekomen op de titel van twee andere partijen. Het is daardoor erg onzeker of zij deze score zullen handhaven. Een verlaging van de kiesdrempel van 4 naar 3 procent zou dus voor hen én voor de socialisten welkom zijn.