Wat gaat de Poolse loodgieter nu doen?

30 maart 2009

Naar schatting zijn er op dit moment rond de 200.000  arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa in Nederland, die werken in de uitzendbranche of als ZZP’er. Van deze groep staan er ongeveer 100.000 bij gemeentes in de basisadministratie ingeschreven. De toekomst van deze groep is somber. Te verwachten valt dat ze hard getroffen zal worden door de crisis met alle gevolgen van dien. Velen staan voor de keuze: vertrekken of de crisis in Nederland uitzitten.

 

Door Kirsten Meijer, senior projectmanager AMS en Arjen Berkvens, directeur AMS
 
Arbeidsmigratie
Het is de laatste jaren snel gegaan met de arbeidsmigranten uit de landen die in 2004 toetraden tot de EU. De met name Poolse bedrijfjes schoten als paddenstoelen uit de grond om te voorzien in een groeiende behoefte op de overspannen Nederlandse bouwmarkt. Tienduizenden kwamen naar Nederland om als uitzendkracht te werken. Er kwam wel verzet tegen de instroom. Er was eerst (tot en met 2006) vrees voor verdringing op de arbeidsmarkt en toen vervolgens (vanaf 2006) de Nederlandse economie weer groeide voor spanningen in de oude wijken van de Nederlandse steden. Er werd tot twee keer toe een Polentop georganiseerd door gemeentes die zich grote zorgen maakten over hun oude wijken. Minister Donner was niet bereid om extra geld uit te trekken voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Velen gingen aan de slag bij keurige werkgevers of via uitzendbureaus, maar er was ook een keerzijde. Malafide uitzendbureaus, koppelbazen en huisjesmelkers maakten gouden tijden door.
 
Berusting
Op een tiental bijeenkomsten die de Alfred Mozer Stichting in tien verschillende provincies organiseerde, kwam het verzet duidelijk naar voren, maar toch was er over het algemeen berusting. Een Schiedammer, eigenaar van een schildersbedrijf, merkte op: “er zijn natuurlijk heel veel Polen actief, maar ik kan het werk zelf niet aan, dus ik vind het best.” “Natuurlijk drinken die Polen wel eens een biertje teveel na een week keihard werken, maar daar kunnen wij ook wat van,”verzuchtte een inwoner van Purmerend. Werkgevers en werknemersorganisaties waren eensgezind positief. De malafide uitzendbureaus aanpakken, iedereen betalen naar de geldende CAO normen en een eerlijke markt creëren; dan stond niets de komst van nog meer arbeidsmigranten uit Bulgarije en Roemenie (toegetreden per 1 januari 2007) in de weg.
 
Onzekere toekomst
Zolang iedereen werk had, was er dus weinig aan de hand. Onder druk van de gemeentes en het naderende economische onheil werd door de Tweede Kamer al wel aan de handrem getrokken. Roemenen en Bulgaren kunnen het tot zeker 2011 vergeten. Donner was er als de kippen bij om dit tot beleid te maken, nadat Mariëtte Hamer op een Europa bijeenkomst van de PvdA op 15 november 2008 in Groningen het initiatief nam. Maar wat gaat er gebeuren met de mensen die er al zijn?
 
Resultaat
Een groot deel zal terugkeren naar het land van herkomst. Het aantal vacatures in de uitzendbranche, waar veel arbeidsmigranten werken, neemt sterk af. Hoewel de lonen in Polen veel lager zijn is er nog geen economische krimp. Een deel van de mensen die blijven zal hun baan verliezen en zal aangewezen zijn op een bijstandsuitkering, want veel WW rechten hebben ze niet opgebouwd. De rest zal de concurrentie aangaan met Nederlandse werknemers en zelfstandigen op een krimpende markt. Het is belangrijk een race naar de bottom te voorkomen. Alleen door eerlijke lonen en controle op de arbeidsomstandigheden kan verdringing van Nederlandse werknemers en uitbuiting worden voorkomen. Deze week in Emmen waren verschillende inwoners hier eensgezind over “Alle werknemers zijn gelijk en moeten op die manier behandeld worden. Het maakt niet uit of het een Pool is of een Drent”.