De gulden middenweg van René Cuperus

30 maart 2009

René Cuperus (1960) studeerde geschiedenis en culturele antropologie. Hij was binnen de PvdA actief als beleidsmedewerker van de voorzitters Sint, Rottenberg en Vreeman. Sinds 1992 is hij wetenschappelijk medewerker bij de Wiardi Beckman Stichting. Momenteel staat hij vijfde op de lijst van de PvdA tijdens de Europese Parlementsverkiezingen. Hier volgt een kort interview met de (hopelijk) aankomend europarlementariër.

 

Meer of minder Europa?
Hoe meet je precies een onsje meer of minder Europa? De halfrationele gevoelswaarde van die vraag is natuurlijk groter. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde Nederlander voor een ‘pas op de plaats’ van Europa is. Zelf kan ik me prima vinden in de formule van het opvallend eurokritische Europees verkiezingsprogramma van Jan Pronk en de zijnen: een sterker Europa naar buiten in bijvoorbeeld het klimaat, Midden-Oosten en Afrika maar meer van zijn kwetsbare publieke mandaat bewust, bescheiden Europa naar binnen.
 
Welke rol is voor Nederland weggelegd in het Europees parlement?
Ik ken het Europees Parlement natuurlijk nog niet echt van binnenuit. Het mooie van het Europees Parlement is natuurlijk juist dat men niet als land bij elkaar zit, maar als ‘ídeologisch geestverwante stroming’. Die doorbreking van het nationale perspectief, dat is wat ook voor mij het EP zo boeiend maakt, al ben ik dan misschien meer transnationaal ingesteld dan ‘Busselcentrisch’’.  Nederland zou meer een verbindingsschakel moeten spelen tussen het eurokritische Noordwest-Europa en de rest. Het Europa debat wordt, behalve in Engeland, bij ons scherp gevoerd, en dat geeft ons uiteindelijk een voorsprong in het zoeken naar nieuwe verbindingen tussen Europa en de bevolking. Een Europa zonder podium waarop volksvertegenwoordigers uit alle landen elkaar ontmoeten en met elkaar nadenken over de toekomst van Europa is toch ondenkbaar.
 
Hoe kan de PvdA de strijd om de zetels winnen?
De PvdA moet de gulden middenweg bepleiten tussen het euro-extremisme van D66 en de europa afkeer van Wilders en grote delen van de SP aanhang. Als Nederlanders al een opvatting over Europa hebben, dan is het dat het socialer en democratischer moet: sociaal-democratischer dus.
 
In hoeverre is uitbreiding van de unie op dit moment onverstandig?
Er is erg veel Europese lippendienst in omloop over reflectie, draagvlak, en zelfkritiek, maar in the end is men niet bereid gebleken ook maar iets te veranderen aan de uitgezette koers. Belangrijk, symbolische en controversiële dossiers als Straatsburg of de fuikbesluitvorming inzake de Turkse toetreding: men zegt de bevolking hernieuwd voor Europa te willen winnen, maar men laat alles na wat het verschil zou kunnen maken. Het belangrijke signaal van consolidatie: het komt weinig Brusselaars over de lippen. 
 
Is de toetreding van Bulgarije en Roemenië in 2007 te vroeg tot stand gekomen?
Ja, veel te vroeg. Ik heb ooit voor de AMS deelgenomen aan, nota bene, een corruptieconferentie van onze Roemeense zusterpartij, onder leiding van wat later de grootste boef bleek te zijn. Oef, wat vind ik die Oost-Europese zusterpartijen van ons problematische partners. Met de fluwelen revolutie is er ook wel een prijs betaald: gebrek aan zuivering, de beste jongeren weggetrokken naar Amerika en geprivatiseerde Securitate officieren als nieuwe machthebbers. Problematisch is ook het vrij verkeer van Bulgaarse en Roemeense criminelen: ook dat is Europa. Dit vergeten we er wel eens bij te vertellen, en dan vinden we het raar dat onze achterban niet zo Euro-enthousiast is.
 
Bestaat er nog een West- en Oost-Europa?
Ja, dat is, wat mij betreft, keihard gebleken bij de schaamteloze behandeling van de Tsjechische president Klaus door West-Europese Europarlementariërs (helaas vooral van de PES). Die legden een totaal gebrek aan begrip voor het ‘’trauma van de bevoogding’’ van Oost-Europeanen aan de dag. De slogan ‘Eerst Moskou, nu Brussel’, mag populistische retoriek zijn, ze steunt wel op een belangrijke emotie, die zelfs in het Nederlandse nee is terug te vinden: geen centralistische overheersing van kleine, pseudo-zelfstandige landen. 
 
Wat voor rol ziet u voor het Europees Parlement in de toekomst?
Ik verwacht van het Europees Parlement toch iets meer checks and balances, tegenwicht tegen de uniforme neoliberale, juridische tendens die de Commissie en het Hof met name representeren. Het EP moet ook meer een boeiend intellectueel en cultureel podium van transnationale dialoog en kennis- en ervaringsuitwisseling zijn. We weten veel te weinig van elkaar, maar maken wel dwingende uniforme richtlijnen voor een rijk van 500 miljoen mensen. Dat is onbescheiden.
 
Wat verwacht u van uw baan als Europarlementariër en wat hoopt u te bereiken?
Daar ben ik uiterst bescheiden in. Eerst maar eens een vijfde zetel bij elkaar campagneren met z’n allen en dan zal ik mijn programma uiteenzetten.