Na de Russisch - Oekraïense ‘Gasoorlog’

2 maart 2009

Het is een jaarlijks terugkerend ritueel: de Russisch - Oekraïense ‘gasoorlog’. De situatie liep volledig uit de hand en riep in die zin herinneringen op aan de chaos van januari 2006. Het Russische staatsgasbedrijf Gazprom – grootaandeelhouder sinds 2005: het Kremlin – beschuldigde de machthebbers in Kiev van het illegaal aftappen van gas en sloot de gastoevoer richting Oekraïne af, waarop de ettelijke duizenden inwoners van Bulgarije, Roemenië, Moldavië, Hongarije, Servië, Macedonië en Bosnië-Herzegovina prompt in de kou kwamen te zitten.

 

Het doel heiligt de middelen, ook al hadden genoemde landen keurig aan hun betalingsverplichtingen voldaan.
 
Door Jeroen Bult, historicus en verbonden aan de sectie Internationale Betrekkingen van de Universiteit van Tallinn   
 
Drie verschillen
Maar de crisis was geen volledige ‘replica’ van die van 2006. Er vallen drie wezenlijke verschillen te ontwaren. Allereerst ondervinden zowel Rusland als Oekraïne de gevolgen van de Credit Crunch globale recessie. Beide landen hunkeren naar inkomsten. Rusland merkt nu, welke nadelen het heeft om een energie-exporterende mono-economie te zijn – de olie- en gasprijs is sedert de zomer van 2008 ingezakt – terwijl Oekraïne hoegenaamd bankroet is. Ten tweede is Oekraïne, tot het niet geringe genoegen van Rusland, inmiddels verlamd geraakt door een schier eindeloze politieke vendetta. Het Oranje kamp is uiteengevallen en Kiev biedt de aanblik van een typisch Byzantijnse slangenkuil. President Joesjtsjenko en premier Timosjenko (en hun respectievelijke clans) strijden al maanden om de macht, waarbij laatstgenoemde niet te beroerd is geweest haar banden met Moskou te intensiveren. Een compromis met het Kremlin over de gasprijs zou het thuisfront zeker kunnen waarderen en zal een sterke troef ten opzichte van rivaal Joesjtsjenko zijn, moet Timosjenko hebben geredeneerd.
 
Ten derde heeft de Europese Unie – zowel de Europese Commissie als het (Tsjechische) Voorzitterschap – aanzienlijk meer (bemiddelende) betrokkenheid en assertiviteit aan de dag gelegd dan in 2006 het geval was. Dit past zondermeer in een breder patroon. De Commissie presenteerde op 13 november 2008 haar EU Energy Security and Solidarity Action Plan, dat onder meer voorziet in het terugdringen van de afhankelijkheid van Russische gas en olie. Eén dag later reisde Europees Commissaris voor Energie Piebalgs af naar Baku, om de mogelijkheden van een alternatieve, Rusland omzeilende energietoevoer uit Azerbeidzjan en Centraal-Azië af te tasten. Vooralsnog zonder veel succes – de Azerbeidjaanse leider Alijev laat, evenals zijn Libische collega Khadaffi, de Europeanen, Amerikanen en Russen maar al te graag in het ongewisse en naar zijn gunsten dingen – maar de (nieuwe) toon leek te zijn gezet.
 
Twee scenario’s na de ‘gasoorlog’
Rest de vraag, welke uitwerking de recente ‘gasoorlog’ op de eenheid van en solidariteit binnen de EU zal hebben, nu deze – voor dit jaar, althans – achter ons ligt. Twee scenario’s zijn mogelijk. Nummer één: de crisis is een wake-up call voor de hele EU geweest. De lidstaten oordelen dat Rusland een notoir onbetrouwbare zakenpartner is die niet aarzelt energie als (geo-)politiek chantagemiddel aan te wenden, trekken de lijn van het Commissieplan door en streven voortaan naar een maximale, collectieve energieonafhankelijkheid van Rusland. Nummer twee: die EU-landen, Duitsland voorop, die al grote waarde hechtten aan een duurzame verstandhouding met Rusland zien nut en noodzaak hiervan enkel bevestigd. Zij merken niet het autoritaire doch voorspelbare Rusland, maar het instabiele en wispelturige Oekraïne aan als het probleem en willen prioriteit geven aan de verwezenlijking (en financiering) van pijpleidingprojecten die het gas rechtstreeks van Rusland naar (West- en Zuid-)Europa zullen laten vloeien. Voorbeelden zijn de Nord Stream- en South Stream-projecten. Die landen die Rusland reeds tot op het bot wantrouwden, niet zelden voormalige Sovjetsatellieten en niet zelden propagandisten van een Oekraïense (en Georgisch) EU- en NAVO-lidmaatschap, verwerpen deze ‘postmoderne’ zienswijze en zweren bij het eerste scenario. Een derde groep landen lijkt hier ergens tussenin te zweven – Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Roemenië zijn niet afkerig van het sluiten van energieakkoorden met Rusland, maar pogen de vroegere dwingeland voor het overige op ‘gepaste’ afstand te houden.
 
Bezoek Medvedev 
Verdeeldheid troef dus? Voor definitieve gevolgtrekkingen is het op dit moment nog te vroeg, ook gezien de energiegerelateerde discussies die binnen een aantal EU-landen (Duitsland, Zweden) gaande zijn en de economische depressie die alle aandacht vergt. Vast staat wel dat de voorzichtige toon van eensgezindheid en de contemplatie over de toekomst van Europa’s energievoorziening zoals in november uitgedragen/te berde gebracht door de Commissie in de kiem zijn gesmoord door de vertrouwde reflexen van de lidstaten. Een fraaie testcase vormt het komende bezoek van de Russische president Medvedev aan Nederland – de CEO’s der vaderlandse energieaanbieders zullen zich mogelijk bij hem verdringen om voordelige contracten voor het ontginnen van de bodemschatten onder het Jamal-schiereiland, Sachalin, of het ontdooiende Siberië in de wacht te slepen. Scenario nummer twee lijkt daarom aan de winnende hand te zijn. Op naar de ‘gasoorlog’ van 2010. 

03-03-2009 | Siebe Katsma | na de Gasoorlog(...)
In nieuwsbrief 2/2009 staat een artikel getiteld: "Na de Russisch-Oekraïnse Gasoorlog. U behandelt diverse scenario's die mogelijk zijn of worden. Het gaat allemaal over macht en politiek. En eigenlijk begrijp ik dat ook nog. Maar ik heb zelf ook nog een versie van "Na de Russisch-Oekraïnse Gasoorlog". Die versie gaat over de slachtoffers. Gewoon simpele mensen. Domweg slachtoffers, zonder dat ze er ook maar iets aan kunnen doen. Ik ben verbonden aan een kleine onafhankelijke particuliere stichting die o.m. een (eenvoudige) hulp-relatie heeft met een reguliere thuiszorg-organisatie in Chisinau in de Republiek Moldova. Vanuit onze stichting onderhoud ik de frequente communicatie met de mensen daar. Tijdens de gas-oorlog was de gasinvoer in Moldova nihil. Op het platteland stookt men dan een vuurtje om het warm te krijgen. Maar met name in de grote (sovjet)woonblokken in de hoofdstad Chisinau had/ heeft het wegvallen van gas grote gevolgen. De temperatuur van de woningen in die blokken werd/wordt -zo mogelijk- nog net boven het vriespunt gehouden. Datzelfde geldt voor de ziekenhuizen. De toestand daar is catastrofaal. Helaas is het niet zo dat tegelijk met de herstelde gasinvoer er ook weer warmte beschikbaar is. De toestand van de centrale ketelhuizen in Chisinau is over het algemeen dusdanig dat er eerst nog veel "herstelwerk" verricht moet worden , alvorens er weer goed opgestookt kan worden. Complicerend en niet geruststellend is dat de gasleverancier voor de Republiek Moldova is gevestigd in de zichzelf uitgeroepen republiek Transnistrië. Het is waarschijnlijk dat het nog tot in de zomer duurt voordat alles weer functioneert. Veel mensen in Chisinau zitten dus nog steeds "gewoon" in de kou. Ook nu nog: "Na de Russisch-Oekraïnse Gasoorlog" !