Op 15 november 2008 werd de Bulgaarse hoofdstad opgeschrikt door een lichte aardbeving Er ontstond enige paniek onder de bevolking, maar uiteindelijk was er persoonlijke noch materiële schade. Een week later bleek het echter een teken aan de wand te zijn. Toen bestrafte de Europese Commissie het land namelijk met het inhouden van beloofde subsidies en het opschorten van verdere toezeggingen zolang de aanpak van de corruptie faalt.
door Ton Puister, Bulgarije specialist
Omkoping, fraude en zelfverrijking
Zoals op de hele Balkan is het ook in Bulgarije “gewoon” geld onder de tafel te schuiven om een dienst verleend te krijgen (artsen, ziekenhuizen, toelating tot een school) en om douaniers, agenten en zelfs leden van de zittende of staande magistratuur om te kopen. Na veel aarzeling is onlangs de eerste van niet minder dan 35 verdachte rechters ontslagen. Wijd verbreid is ook het zwart betalen om belasting te ontduiken; naar schatting gaat het hier om vier miljard Leva per jaar. Verder is gebleken dat bij de verdeling van EU subsidies veel geld aan de strijkstok van de verdelende topambtenaren is blijven hangen. De derde, laatst weggestuurde baas van het Landbouwfonds bijvoorbeeld had zelfs 600 000 Leva verduisterd. Maar het ergste is dat tot op de dag van vandaag banden tussen de onderwereld en de overheid blijken te bestaan.
Van een heel andere orde is dat het land zit met een erfenis door de val van het communisme. Toen konden handige jongens met de hulp van politici staatsbedrijven overnemen en rijk worden. De eerste twee multimiljonairs waren Pavlov (een BSP-adept) en Kijoelev (steun van rechts); in het begin van deze eeuw zijn beiden vermoord. Nu is Vasil Bozjkov de rijkste oligarch met een vermogen van $ 1,35 miljard, gevolgd door Christo Kovatsjki met $ 700 miljoen. Op dit moment wordt een gerechtelijk onderzoek naar diens imperium ingesteld.
Politieke perikelen
Er is gesuggereerd dat achter deze zaak een politiek motief achter zit, omdat Kovatsjki als initiator van de nieuwe rechtse partij LIDER een gevaar voor de regeringscoalitie zou zijn. Dit is echter onwaarschijnlijk, want als zoveelste snipperpartij van rechtse snit wordt de kracht tegen de regerende socialisten eerder verzwakt dan versterkt. LIDER is een concurrent van de huidige grootste tegenstander der socialisten: de partij GERB (een acroniem dat staat voor “Burgers voor een Europese Ontwikkeling van Bulgarije”). Deze zit nu nog niet in de Kamer maar wel in het Europees parlement en heeft daar zelfs evenveel zetels als de socialisten. Het is verder opmerkelijk dat onlangs zes politici van de ene rechtse fractie naar een andere zijn overgestapt, waarbij één partij haar naam veranderde in NAPRED (dat is Voorwaarts).
Intussen is de regering van de BSP met haar twee coalitiepartners zeer verzwakt. Binnen de ene - de NDSV van ex-tsaar Simeon - heeft een derde deel van de fractie zich afgescheiden en in de andere - de Turkse DPS - waren er recent nogal dubieuze ontwikkelingen. Zo pleegde eerst de kabinetschef en vertrouweling van partijleider Dogan zelfmoord en deelde even later een voormalige financiële man van de DPS justitie mee dat de partij in het verleden mede door de maffia was gefinancierd en dat zij bij de moord op zakenman Pavlov (zie boven) was betrokken. De zaak wordt thans justitieel onderzocht.
Oorvijgen van de Europese Commissie
De EU maakte op 26 november bekend dat € 220 miljoen aan toegezegde subsidies definitief niet zal worden uitbetaald en dat € 340 miljoen wordt bevroren. Maar de volgende dag werd een nog merkwaardiger oorvijg uitgedeeld toen de Commissie de regering dreigde haar voor de rechtbank te dagen als het lang lopende conflict met de stad Sofia over de vuilverwijdering niet snel zou worden opgelost ! Hierbij moet namelijk worden bedacht dat de burgemeester van de hoofdstad, Bojko Borisov, oprichter en leider van de oppositiepartij GERB is. Volgens de laatste opiniepeiling zou deze partij nu met 22 % meer stemmen halen dan de BSP (19 %). De liberale regeringspartij NDSV is met 1 % al uitgeteld. Hoewel in opspraak gekomen, weet de DPS zich met 8 % in de peilingen net te handhaven. Voor geen van deze drie is er nu dus aanleiding om de coalitie te verbreken. Daartegenover wil de oppositie wel graag vervroegde verkiezingen. In navolging van 10 januari 1997 – toen de regering viel - hebben opstandelingen medio januari geprobeerd dit weer te bereiken. Dit mislukte, zodat de dag des oordeels dus waarschijnlijk pas in juni zal vallen.